Wat als je je gedragen wordt door de generaties vóór je? Zij die hun leven leefden, hun strijd hebben gevoerd en uiteindelijk het leven doorgaven.
Ik sta in een grote opstelling, een zwaar veld van minimaal vijftig personen. Nou ja opstelling, Daan van Kampenhout, de begeleider noemt het een systemisch ritueel. Niet ontworpen voor de zoektocht naar verborgen patronen, maar om ruimte te vinden voor steun en heling. Hij slaat ritmisch de drum en bouwt het ritueel op.
De vraaginbrenger voelt zich alleen met haar verdriet. Ze is vastgelopen in haar leven. Om haar heen vormen zich twee cirkels representanten. ‘Wij zijn je voorouders’ zeggen ze. Ook zij kennen het verdriet in hun eigen verhalen. De voorouders nodigen anderen uit om in de opstelling hun kracht- en hulpbronnen te representeren. Bronnen die ze wellicht gemist hebben maar wel nodig hadden.
Sommigen van ons koesteren louter mooie herinneringen wanneer we denken aan onze ouders, grootouders of zelfs overgrootouders. Voor anderen is het werken met voorouders in opstellingen vooral pijnlijk. Een herinnering aan alles dat gemist is. Dankbaarheid en steun ervaren is niet vanzelfsprekend. En toch, een opstelling als deze laat een diepe waarheid zien: ongeacht hun tekortkomingen, waren het de voorouders die, ondanks alles, het leven doorgaven. Het leven dat over generaties heen leidde tot jou, hier en nu. Dat besef – dat jouw bestaan voortkomt uit al hun overleven, keuzes en dromen – is een enorme krachtbron.
De voorouders zeggen gezamenlijk: ‘Let us, the ancestors change the dream that lies at the root of this all’.
In tegenstelling tot de meeste opstelingen zijn het hier de voorouders die de steun zoeken in het ritueel. De vraaginbrenger als toeschouwer in het midden. Maar kan je als opsteller werken met de tranen van je voorouders? Hun levens zijn reeds geleefd. Hoe verandert de steun aan de voorouders het welzijn van de vraaginbrenger in het hier en nu?
In een dualistische wereld wellicht niet. Daar waar het de vraaginbrenger is òf de voorouders, de levenden òf de doden en hun verdriet òf haar verdriet, hun òf haar steun.
Momenteel woon ik op Bali. Hier geloven mensen helemaal niet in een strikte scheiding tussen de levenden en de doden. Een scheiding tussen onze wereld op aarde en de spirit wereld om ons heen, de zogenaamde droomwereld. Voorouders en spirits zijn continue aanwezig. Altijd en overal, goede en kwade energieën. Door de continue aandacht voor het geestenrijk lijkt op dit eiland het laagje tussen de werelden bijzonder dun, voelbaar dun. Ze zeggen het vooral over de hele uren van 12.00, 18.00 en 0.00 uur. Dan bezoeken de geesten met kwaadaardige krachten het eiland. Dit zijn dan ook de momenten dat Balinezen niet hun huis verlaten, ze wachten liever even vijf minuten.
De vraaginbrenger voelt het laagje ook dunner worden. Grenzen vervagen, werelden vervloeien. Haar leven en die van haar voorouders. Haar verdriet en hun verdriet. Hun krachtbronnen en de voorouders voor haar. Zij nemen nu wat ze nodig hebben. Ze ziet hoe haar voorouders gedragen worden en zij op haar beurt door hen.
Als één.